De Stabij

 

Bron: website NVSW

stabij zwart- witAlgeheel beeld
Een eenvoudige, krachtig gebouwde, langharige staande hond, meer gestrekt dan hoog, die niet te fors en niet te fijn mag zijn. De huid moet goed gespannen zijn en de hond mag geen keelhuid en hanglippen vertonen.

Toelichting op algeheel beeld:
‘Eenvoudig’ wil zeggen: een ongekunstelde verschijning, zonder anatomische tierelantijnen. De vacht is feitelijk halflang. Een ´staande´ hond is een jachthond, die het wild opspoort en het de jager aanwijst door er voor te blijven staan. De Stabij is een uitgesproken stevige hond, niet te fors, lomp of log, maar zeker ook niet te fijn. Droog wil zeggen dat de huid geen plooien vertoont, maar goed aansluit om het lichaam.

Herkomst
De Stabij komt, evenals de Wetterhoun, uit Friesland, vooral uit het Friese Woudengebied (het oosten en zuidoosten van Friesland). Het ras bestaat waarschijnlijk al sinds 1800 en werd in 1942 door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied erkend. De voorvaderen moeten waarschijnlijk gezocht worden bij de spanjoel (of spaniel), die tijdens de Spaanse bezetting meegekomen waren naar het noorden.
Het is een staande hond, die gebruikt werd voor de jacht op haar- en veerwild.
De Stabij was destijds een hond van ‘de kleine (eenvoudige) man’, die hem terzijde stond bij de jacht, dienst deed als mollen- en bunzingvanger, optrad als waakhond en soms ook als trekhond werd gebruikt.
Het is een veelzijdige hond die tegenwoordig als gezelschapshond wordt gehouden. Buiten Nederland wint de Stabij aan populariteit in Denemarken en Zweden. Hier wordt, in samenwerking met de rasvereniging, inmiddels op kleine schaal gefokt. Ook in Amerika zijn tegenwoordig een aantal Stabij’s te vinden. Sinds kort is er ook vanuit Engeland belangstelling voor de Stabij en er zijn al een paar pups naar dit eiland verhuisd.
De Stabij is ingedeeld in rasgroep 7 staande jachthonden.

Gebruik
Het is nog niet zo heel lang gelden dat de Stabij uitsluitend leefde op het Friese platteland en zich op en rond de boerderij of de arbeiderswoning “noflik” (behaaglijk) voelde. De omschakeling van het sobere, kalme en rechtlijnige leven als boerenhond naar het stadse leven als gezelschapsdier betekende een forse omschakeling.

Het uitstekende karakter maakt de Stabij geschikt als huishond, maar dan wel een huishond die dagelijks veel beweging nodig heeft! De Stabij is een goede gezinshond, die zich aan het ´stadsleven´ heeft weten aan te passen, maar van het buitenleven houdt en graag met zijn/ haar baas in ´weer en wind´ de natuur in gaat. De Stabij is een prima werkhond, die, mits goed opgeleid, ook voor de jacht prima geschikt is.
Ondanks zijn open en tamelijk onbevangen karakter kan een Stabij in een drukke omgeving wat nerveus ogen. In huis is hij echter rustig en geduldig.

Aard

De Stabij is als huishond aanhankelijk, zacht en lief. De hond is schrander, leerzaam en gehoorzaam. In huis of op het erf is de Stabij een rustige maar waakse hond, niet vals noch bijterig.

Toelichting op aard:
In huis is de Stabij aanhankelijk, zacht en lief, maar daarbuiten is hij bij tijd en wijle knap eigenzinnig en vinnig. Zijn karakter maakt hem uitstekend geschikt als gezinshond, maar zijn gestel is berekend op het buitenleven. Je doet hem tekort als hij niet uitgedaagd wordt. De Stabij is open (heeft als het ware ´het hart op de tong´). Bij de Stabij merk je de invloed van de omschakeling van boerenhond naar gezelschapshond op zijn temperament duidelijker dan bij de Wetterhoun. De Stabij is zeker schrander en leert gemakkelijk, maar is minder gehoorzaam dan de raspunten doen vermoeden. Een duidelijke en consequente opvoeding van de Stabij is nodig, waarbij een tikkeltje ´kort aan gebondenheid´ van de baas zeker van pas komt bij de vorming van de Stabij. Eenkennig is de Stabij niet, hij is vriendelijk voor iedereen, maar niet direct een allemansvriend. Hij is lief voor kinderen.

Hoofd
Het hoofd is ´droog´ en de grootte in verhouding tot het lichaam, vertoont meer lengte dan breedte. Schedel en snuit zijn even lang. De schedel is licht gewelfd, niet smal, doch vooral niet de indruk wekkend van breed te zijn en gaat met een lichte ronding over in de wangen (wangspieren weinig ontwikkeld). De overgang van de schedel in snuit, stop, geleidelijk en slechts matig aangegeven. De snuit krachtig, geleidelijk iets smaller wordend naar de neus toe, zonder spits toe te lopen. De neusrug is recht, dus van terzijde gezien niet een bol-, noch een holliggende lijn tonend. De neusrug is breed en de neus is goed open. De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend.

Toelichting:
Onder ´droog´ wordt verstaan een goed sluitende huid zonder plooien. Een schaargebit is een gebit, waarvan de bovensnijtanden voor de onder-snijtanden schuiven bij gesloten bek.

stabijhoun-kopOgen
De ogen liggen waterpas, zijn middelmatig groot en rond met goed gesloten oogleden, zonder het bindvlies te laten zien, noch uitpuilend, noch te diep liggend. De kleur is donkerbruin voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor honden met bruine of oranje grondkleur, doch nooit geel als van een roofvogel.

Toelichting:
Beide ogen liggen op één lijn.

 

Oren
De oren zijn vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd gedragen worden. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel. De beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is bij de basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste 1/3 deel van het oor met kort haar is bezet. De lange beharing moet recht zijn, iets gegolfd mag.

Neus
Zwart voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine of oranje grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend, neusspiegel goed ontwikkeld.

Hals
De hals is kort en rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals is licht gewelfd, geen keelhuid of wammen.

Borst
Van voren gezien is de borst vrij breed, meer breedte dan diepte tonend en daarom staan de voorbenen vrij ver uit elkaar. De onderborst is niet puntig en niet dieper reikend dan tot aan de ellebogen.

Toelichting:
De brede borst geeft stabiliteit bij graven en draven, maar ook bij de jacht.

Lichaam
Het lichaam is krachtig gebouwd. De ribben zijn goed gerond, met goed ontwikkelde achterribben. De rug is recht, vrij lang met een weinig afvallend kruis. De lendenen zijn krachtig en de buik is matig opgetrokken.

Toelichting:
Het krachtige lichaam is berekend op arbeid en daarvoor is uithoudingsvermogen nodig. De Stabij is langer dan hoog, de rugspieren, maar vooral de lendenspieren moeten krachtig zijn. Als de rug- en lendenspieren niet sterk genoeg zijn zal de hond niet langdurig kunnen draven, iets wat nodig is voor het oorspronkelijke werk. Het bekken ligt vrij vlak, waardoor de ruglijn recht is. Hierdoor komt de stuwkracht zodanig vanuit de achterhand dat de langdurige en moeiteloze draf ontstaat die typisch bij de Stabij hoort.

Staart
De staart is lang en reikt tot aan de hiel. Niet hoog ingeplant en wordt naar beneden gedragen. Het onderste 1/3 deel gaat met een lichte buiging naar boven gebogen (in actie gaat de staart omhoog). Rondom en tot aan het einde lang behaard, zonder krullen of golven (geen bevedering, maar bossig).

Toelichting:
De Stabij draagt in rust de staart laag. In draf wordt de staart in het verlengde van de rug gedragen. Tijdens zoeken naar apport (wild of een bal) is de staart hoger en in beweging, waarbij de witte staartpluim de locatievlag van de jachthond is. Een spiraalstaart is ongewenst.

Achterhand
De achterhand is krachtig met goede hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen mag niet te lang zijn. Hiel is dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde voetzolen.

Toelichting:
De achterhand stuwt de hond als het ware vooruit bij het draven. Ook hier zijn dus sterke benen en spieren vereist. De korte voet geeft stabiliteit, waar de Stabij profijt van heeft bij de draf en bij zijn wendbaarheid op volle snelheid.

Beharing
De beharing is lang en sluik over de gehele romp. Hoogstens mag op het kruis een enkele lichte golf voorkomen. Het hoofd is kort behaard. De beharing aan de achterzijde van de voorbenen en aan de broek is goed ontwikkeld, meer bossige beharing dan vederbeharing. Broek is lang behaard. Iets gekrulde beharing komt soms voor, maar wijst op een kruising en daarom mogen de honden met een dergelijke beharing niet als Stabij worden erkend.

Toelichting:
Zoals eerder opgemerkt is de vacht halflang. Vederbeharing wil zeggen dat de beharing als een smalle strook is ingeplant. De Stabij heeft een dichte, volle haarinplant aan de achterzijde van de voor- en achterbenen. Op de staart dient de haarinplant rondom lang, dicht en vol te zijn. Hoewel de voorkeur uitgaat naar een geheel sluike vacht, komt een iets golvende beharing op de rug vaak voor.

Kleur en grootte
De kleuren zwart met witte aftekening, alsmede bruin met witte aftekening en oranje met witte aftekening komen voor. In het wit mogen schimmel en/of spikkels voorkomen. De ideale maat voor reuen is 53 cm en voor teven is de ideale maat 49 cm.

Toelichting:
Het merendeel van de Stabij’s is zwartbont. Hierbij zijn alle aftekeningen toegestaan, zolang de poten en buik (overwegend) wit zijn. Ook een witte staartpunt is gewenst. Hoewel het geheel zwarte hoofd het meest wordt gezien, is ook een bles toegestaan. Het lichaam kan zowel overwegend zwart als overwegend wit zijn en alle variaties daartussen. Bij de bruinbonte Stabij’s zien we dezelfde kleurverdeling. Oranjebont is ook een erkende kleur, die echter vrijwel nooit voorkomt. Een driekleur (zwartbont met bruine aftekeningen aan poten en hoofd) is een niet-erkende kleur. Hoewel deze honden meestal wel een stamboom krijgen (met de vermelding “niet-erkende kleur”), mag er niet mee gefokt worden.